Orgelbouw naast het vak van uitvoerend musicus

Al sinds de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw houd ik mij bezig met het bouwen van orgels. Wat ooit begon als een aardige hobby is thans uitgegroeid tot een semi professionele bezigheid met serieuze kleine opdrachten.

Begonnen als autodidact stak ik altijd weer wat op van de harde werkers en ware ambachtslui  in de reguliere orgelbouw. Onderzoeken, meten en veel vragen stellen droegen uiteindelijk bij tot het zelfstandig ondernemen van orgelbouwprojecten. In mijn werk als orgeladviseur had ik volop de gelegenheid instrumenten en detail te bekijken en zo met behulp van opgedane technische vaardigheden aanzienlijke resultaten te bereiken. Veel orgelmakers stonden mij bij als ik weer eens niet uit een probleem kwam.

Inmiddels heb ik mij in de afgelopen 45 jaren met alle typen orgels beziggehouden; klein, groot; elektrisch, pneumatisch of mechanisch. De mechanische tractuur is en blijft in technisch, maar ook vanuit artistiek oogpunt verreweg de mooiste tractuur, waar het de speelaard van het orgel betreft! Elektrische/elektronische toepassingen (Setzer) voor de registerbediening bij grote instrumenten is vandaag de dag onontkoombaar, sterker nog onontbeerlijk; deze speelhulpen dienen de organist tot gemak bij het uitvoeren van complexe composities, zonder dat het maar ook enige invloed heeft op de ware orgelklank! 

 

 

1969-1971     Huisorgel  (nieuwbouw) gemaakt i.s.m. Nicolaas Storm en André de Swaaf (pijpwerk)

                      1 manuaal '(c-g''') en aangehangen pedaal   (C-d')  
                      Holpijp  8 vt    b/d
                      Gamba  8 vt    b/d 
                      Fluit      4 vt    b/d
                      Octaaf   2 vt    b/d
                      Mixtuur  I        b/d   

 


 

 ORGELPOSITIEf

1973  Positief    (Nieuwbouw)

                       1 manuaal (C-d''')

                       Holpijp   8 vt
                       Fluit       4 vt
                       Octaaf    2 vt  

Chromatische windlade; de onderbouw bevat 12 houten pijpen van het groot octaaf van de Holpijp.
Ook een kleine balg is hierin ondergebracht. De motor bevindt zich in een dempkist naast het instrument. 

 

 

 

 

   

 1979 - 1981 H. Bonifatiuskerk te Rijswijk  (nieuwbouw orgelkas  en restauratie binnenwerk)

                   1 manuaal (C -f''')  en aangehangen pedaal ( C-f0)

                    Bourdon            8 vt               Subbas  16 vt 
                    Viola di Gambe   8 vt
                    Prestant            4 vt 
                    Fluit                 4 vt
                    Piccolo             2 vt
                    Cornet             III st

In 1979 werd het kerkbestuur vande H. Bonifatiuskerk te Rijswijk (ZH) getipt door orgeldeskundige Hans van der Harst dat er een klein orgeltje van Gradussen (1882) in Bokhoven te koop was. Het betrof een mechanisch instrument met 5 registers en Subbas 16 vt op een pneumatische windlade. De orgelkas was niet meer dan een samenraapsel van oude ornamenten en doorgezaagde dennenstammetjes in de vorm van orgelpijpen en zilverkleurig gespoten...! Het orgeltje werd aangekocht en kreeg een plaats als koororgel in het transept. Een nieuwe orgelkas werd door mij gemaakt, waarbij gebruik werd gemaakt van beschikbare kerkbanken. Het neogotische pinakelwerk was afkomstig van een afgedankt altaarstuk uit België. De houtgesneden beelden stonden in de opslag van de kerk. Na herstel en te zijn voorzien van een nieuwe polychromie door meesterschilder Pierre Kouwenhoven kregen zij een mooie plaats in de orgelkas.

De windlade werd hersteld, een nieuwe mechanische pedaallade (18 tonen) werd gemaakt ter vervanging van de door houtworm aangetaste pneumatische lade. De frontpijpen werden nieuw gemaakt en het instrument werd uitgebreid met een Cornet III uit voorraad van de orgelmaker Adema Schreurs. Antoine Schreurs verzorgde de intonatie. Oplevering 1981.

 1985-1988  H. Bonifatiuskerk Rijswijk,  Hoofdorgel

 Kam & Van der Meulen orgel te Rijswijk 1965

 

In 1984 startten de werkzaamheden aan het hoofdorgel van de H. Bonifatiuskerk te Rijswijk. Dit van oorsprong in 1840 door Kam & Van der Meulen gebouwde orgel voor de voormalige 'Waterstaatskerk', werd in 1897  door de firma Adema uit Amsterdam overgebracht naar de nieuwe  neogotische kerk. Bij die gelegenheid kreeg het orgel een vrijstaande speeltafel naar Frans model. Zoals bij zoveel overplaatsingen van kleine instrumenten naar grote kerkgebouwen blijkt dat de instrumentjes veel te klein van opzet zijn om in de nieuwe ruimte adequaat te kunnen functioneren. Vermeulen (Alkmaar) breidde het oude orgel (twee klavieren en  14 registers) in 1958 uit tot een drie manuaals instrument met 34 stemmen.

Het oud bovenwerk krijgt een plaats in een modern rugwerk en een grote windlade uit voorraad van de orgelmakers wordt als nieuw bovenwerk toegevoegd. Het instrument krijg een zelfstandig pedaal, uitgevoerd met elektrische unitladen. Ook nu komt er een nieuwe speeltafel van een Duits toeleveringsbedrijf.

Het nieuwe pijpwerk harmonieert slecht met het oude materiaal. De klank was maar matig. Men had geprobeerd het instrument een neobarok klankidioom mee te geven, maar als zoveel van dit soort transfomatieprocessen probeerde men tevergeefs vroeg 19e eeuws pijpwerk een barok karakter te geven. Niet zelden waren dit soort ingrepen gedoemd te mislukken!

Uitgangspunt voor een restauratie was de situatie Adema, ingegeven door de vele klankingrepen die deze firma in het concept van Kam & Van der Meulen had aangebracht. De mechanische tractuur van de manualen werd behouden en verbeterd; nieuwe mechanische sleepladen voor het pedaal kwamen in plaats van de elektrische kegelladen uit 1958.

uitgevoerde werkzaamheden:

   - hoogliggende vulstemmen (Mixtuur, Scherp en Cymbel) werden vervangen dan wel aangepast.
   - terugplaatsing van de Bourdon 16 vt. (was als Subbas geplaatst op pedaal).
   - plaatsen van een Violon 8 vt op het hoofdwerk.
   - Scherp van het BW werd omgewerkt tot Carillon in stijl van Kam & Van der Meulen.
   - Wijziging van de rugwerkkas en toevoeging van snijwerk in stijl van Kam & Van der Meulen.
   - crescendokast voor het Bovenwerk.
   - algehele restauratie van orgelkas en mechanieken.

   Vele vrijwilligers werkten mee aan dit omvangrijke project: André de Swaaf - Peter Haaze -Paul de Heij en        Pierre Kouwenhoven en Ton Brok. Het geheel onder supervisie van de firma Adema -Schreurs te Amsterdam    (A. Schreurs).